Aan fotografen geen gebrek tegenwoordig. De digitale fotografie heeft ervoor gezorgd dat de business een enorme boost heeft gekregen. Digitale compact camera's en vooral digitale spiegelreflex camera's gaan als warme broodjes over de toonbank.
Fotograferen wordt steeds eenvoudiger. Althans, volgens de fabrikanten. Meer megapixels, betere automatische programma's en allerhande "creatieve opties" waarmee je wordt doodgegooid. Fotograaf worden lijkt steeds eenvoudiger.
De realiteit laat een ander beeld zien - de kwaliteit van beeldmateriaal in bladen en kranten holt achteruit. De vele amateurs die het wel zien zitten om fotograaf te worden, geven foto's kostenloos weg. De media maakt gretig gebruik van dit aanbod onder het mom van "burger journalistiek" en een veranderende media cultuur.
Dit artikel is de eerste in een serie over fotografie. Basis begrippen, techtalk, tips & tricks en de overstap van amateur- naar professionele fotografie zullen we hierin behandelen. Maar nu eerst...
De basis van fotografie
Automatische programma's kunnen je in het begin op weg helpen om "betere" foto's te maken. Maar - deze automatische programma's zijn gebaseerd op gemiddelden. Het resultaat zal dan ook vaak niet precies zijn wat je eigenlijk voor ogen hebt. Kortom, de eerste stap naar betere fotografie is het afstappen van deze automatische programma's. Maar...dan moet je een basis kennis hebben van fotografie en deze dusdanig beheersen om het gewenste effect te bereiken. Tijd voor een opfriscursus...
Diafragma
Het diafragma geeft aan hoe groot de opening in je lens is waardoor het licht naar binnen valt. Een kleiner getal, aangegeven achter de f , wil zeggen dat de opening groter is. Meer licht valt dan op de sensor of op de film. Je kan het onderwerp dan vastleggen met een snellere sluitertijd, om zo bewegingsonscherpte (mogelijk) te voorkomen.
links: een lens met f 1.4, rechts een lens met f 2.8
Scherptediepte
Scherptediepte is het gedeelte van de foto wat scherp, oftewel "in focus" wordt weergegeven. Een grote scherptediepte wil zeggen dat er een groot gebied, van dichtbij tot veraf, voor het oog scherp is. Een kleine scherptediepte legt de focus op het gebied waarop je scherp stelt. Neem een portret; indien de achtergrond druk is en niet relevant voor de foto, leidt deze alleen maar af van het onderwerp. Je kan dan je diafragma openzetten (dus een klein f getal) en focussen op het onderwerp wat je scherp wilt hebben. Ook de lens is hierbij van belang. Met een groothoek lens is een groter gebied scherp bij hetzelfde diafragma, in vergelijking met een telelens. Kortom, je onderwerp loshalen van de achtergrond doe je het best met een langere lens.
De foto rechts is genomen met een 100mm lens op f 4.5. De focus ligt op de goggle van de boarder. Doordat het diafragma vrij ver open staat wordt de boarder los gemaakt van de achtergrond, maar blijven de bergen toch duidelijk herkenbaar.
Sluitertijd
De sluitertijd is van groot belang in de sportfotografie. De keus van je sluitertijd bepaalt of je het beoogde effect goed kan vastleggen. Stel, je wilt beweging laten zien in je foto. In dit geval moet je voor een langzamere sluitertijd kiezen en het onderwerp volgen. Hierdoor zal er een bewegingsonscherpte optreden, terwijl je door het meebewegen toch het onderwerp scherp in beeld zult hebben. Ter indicatie, in het geval van een mountainbiker zit je hierbij rond de 1/30 van een seconde om dit effect te bereiken.
Wil je juist een foto waarin ieder detail scherp wordt vastgelegd, dan zul je de sluitertijd sneller moeten instellen. De precieze sluitertijd is afhankelijk van diverse factoren, maar als richtlijn kun je een minimum van 1/400 van een seconde aanhouden. De foto rechts is genomen met een sluitertijd van 1/500 waardoor de details van de opspattende aarde scherp zichtbaar zijn.
ISO
De ISO (een door de ISO federatie vastgelegde standaard voor film) snelheid van je film of digitale camera vertaald zich naar de hoeveelheid licht die je camera sensor binnen een bepaalde tijd kan opnemen. Een hoger getal geeft een hogere lichtgevoeligheid aan.
Belichting
De uiteindelijke belichting is het resultaat van de correcte combinatie van ISO instelling, diafragma en sluitertijd. Een goede belichting is de combinatie van instellingen die het beeld vastleggen zoals jij het vastgelegd wilt hebben. Kortom, het silhouet moet ook een silhouet zijn en in die landschaps foto wil je én die blauwe lucht én die doortekening in het landschap.
In het volgende artikel zal er dieper op belichting en compositie worden ingegaan...