Zegt Never Summer Snowboards je wat? Bij ons ging er altijd wel een belletje rinkelen, het merk bestaat tenslotte al zo'n 20 jaar, maar het echte verhaal achter dit merk was ons tot nu toe onbekend. Tijd om de Nederlandse vertegenwoordiger van het Amerikaanse merk, Ruben Poldermans, aan de tand te voelen. In dit eerste artikel gaan we terug in de geschiedenis van snowboard craftsmanship.
Het verhaal van Never Summer Snowboards begint in de winter van 1983 als Tracey Canaday elk weekend de Berthoud Pass in de Rocky Mountains op een zelfgemaakt snowboard onveilig maakt. Zijn eerste creatie is naar eigen zeggen een mix van een surfboard en een bobslee. Zo'n 20 jaar later hangt dit eerste board nog steeds aan de muur van het kantoor van Never Summer Industries in Denver, Colorado.
Samen met zijn broer Tim begon Tracey Canaday in 1983 een klein bedrijfje genaamd Swift Snowboards. Ze verkochten de boards die ze in eerste instantie voor zichzelf en voor vrienden bouwden nu aan een groter publiek. Zoals je wellicht al weet waren die jaren '80, toen snowboarden nog in de kinderschoenen stond, andere tijden. Slechts een handjevol skigebieden in Colorado liet snowboarders toe in de liften, in andere gebieden moest je wel hiken. Dat was voor de tijd dat de snowboard industrie om miljoenen aan dollars ging.
Tracey Canaday, another day at the office
De broers verkochten zo'n 100 handgemaakte boards tussen 1983 en 1986 en na een korte stop kwamen ze terug in de industrie in 1991 waar ze in Summit County het merk Never Summer Snowboards begonnen. Wat veel mensen niet weten is dat het merk vernoemd is naar de Never Summer mountain range in Colorado. Twintig jaar later zijn ze één van Amerika's laatste snowboard merken die de volledige productie nog op eigen bodem draaien. In de nieuwe fabriek in Denver rollen zo'n 10.000 boards elk jaar weer uit de mallen. (check the vid hiernaast..)
Een grote klapper maakte Never Summer in 1994 toen Japan interesse toonde in de snowboardmarkt. Japanners geilen op alles wat Amerikaans is en ook de snowboards van de Canaday broers vielen in de smaak. Met een flinke cash flow rijker kon het bedrijf groeien en de zomers overbruggen. Ook in eigen land ging het goed dankzij hun tactiek om alleen met speciaalzaken samen te werken en niet voor de grote massa shops te gaan.
Never Summer Factory, the magic room
Anno nu blijft het statement van kwaliteit boven kwantiteit staan, waarbij 80% van de sales in zo'n 250 shops in de States ligt en de andere 20% uit 12 andere landen, waaronder dus ook Nederland nu. Deze strategie heeft natuurlijk ook effect op de prijzen: de inkoop van materialen is voor Never Summer zo'n twee keer duurder dan die voor hun concurrenten is. Ook de verkoopprijzen van de boards zijn hoger dan de gemiddelde prijzen van andere merken. Waar de gemiddelde prijs van een meer high-end snowboard in een US boardshop rond de 300 dollar ligt koop je een Never Summer vanaf zo'n 450 dollar.
Ondanks de hogere prijzen van hun boards verkopen ze naar eigen zeggen erg goed in de States en volgens Canaday groeit het bedrijf vanwege hun goeie reputatie uit door "word of mouth" van tevreden dealers. " We will go into a market, find the best snowboard shops in that market and grow with the shops," aldus Canaday. "So they tell us, `Hey, we'll take your product but just don't sell it to the guy across the street.' We are really good about protecting territory."
Op dit moment bestaat de volledige lijn van Never Summer uit 12 modellen die tegenwoordig allemaal een hybride van rocker en camber hebben. Naast de snowboards maken ze in de fabriek ook een hele range van skate longboards onder dezelfde naam.

Het is een feit dat Never Summer de grote slachting van kleine snowboardmerken in de afgelopen tien jaar tot nu toe heeft doorstaan. Waar er eind jaren '90 nog meer dan 100 verschillende Amerikaanse boardmerken bestonden zijn dat er nu flink wat minder. De concurrentie is groot, de prijzen staan op scherp. Alleen de beste of grootste merken blijven bestaan. Leuk detail is dat Never Summer een groei heeft kunnen maken zonder de "standaard" formule van marketing die andere merken hanteren. Ze hebben geen high-profile snowboard team met zwaar gesponsorde pro's en werken niet met full-page advertisements in bladen.
Canaday ziet de toekomst nog steeds optimistisch in: "I want to be like the Jaguar of the snowboarding industry". We are going to have limited supply, which is what we want. We are gonna protect our shops. We set up our business model to make money at low volumes."
Binnenkort meer over Never Summer Snowboards in Nederland in een interview met Ruben Poldermans...




