De vinnen onder je surfboard zijn essentieel voor grip en drive tijdens het surfen. Pionier in het surfen Tom Blake kwam daar in de dertiger jaren al achter en was de eerste met experimenteren door een brede skeg of keel onder zijn surfboard te plaatsen. Met de opkomst van removable fin systemen zoals FCS en Futures kan elke surfer tegenwoordig zijn of haar eigen type vinnen uitzoeken en daar ook mee varieren. In dit artikel vertellen we je wat de basiseigenschappen van een vin zijn en hoe ze effect hebben op de drive, lift en het stuurgedrag van je surfboard.
Fin Template
Een groot deel van de eigenschappen worden bepaald door de outline van de vin, ook wel de template genoemd. Elke surfer heeft zijn of haar eigen niveau, gewicht, stijl en wensen in de manier van surfen. Daarnaast bepalen ook de soort golven waar je vooral in surft en het type board waarop welke soort vinnen het meest geschikt zijn. Onder een longboard zitten bijvoorbeeld compleet andere vin designs dan onder een retro fish en dat is niet alleen voor de looks. Kleine verschillen in de template hebben een groot effect op factoren als wendbaarheid, stabiliteit en drive.
Fin Area
Een eerste belangrijke factor is de totale oppervlakte van de vin, de fin area, welke altijd in vierkante inches of millimeters wordt aangegeven door fabrikanten. Het gewicht van de surfer speelt in de keuze een grote rol: een relatief zware surfer zal grotere vinnen nodig hebben om genoeg grip in bochten te hebben vergeleken met een lichtere surfer. Hoe groter het totale vin oppervlak is des te stabieler en gecontroleerder het board ook zal zijn. De weerstand in het water wordt hiermee echter ook vergroot en dus maken grotere vinnen een board ook iets trager. Kleinere vinnen maken het board sneller maar ook nerveuzer en minder grippy in bochten.
Base Length
De lengte van het breedste deel van de vin, de basis waar deze vastzit aan de onderkant van je board, heeft invloed op de draaicirkel en met name op de "drive". Met drive wordt het vermogen om te accelereren bedoeld, hoe beter de drive des te sneller zal je board vaart oppikken als je down the line gaat of uit een bocht komt. Een bredere vin en dus een grotere base lengte zorgt voor meer drive omdat de vin hiermee meer tegendruk tegen het water kan geven. De draaicirkel van je board wordt echter ook groter, ben je vooral op zoek naar een kleinere draaicirkel en kort bochtenwerk dan is juist een kortere base één van de oplossingen.
Fin Depth
De diepte of lengte van de vin is ook een onderdeel van de template die heel wat verschil kan maken. Een langere vin zorgt voor grote stabiliteit en controle, met name tijdens het recht in één lijn surfen. Korte vinnen maken het board wat nerveuzer en zorgen met name in bochten ervoor dat het board kan "uitbreken" of gaan sliden, iets wat een freestyle georienteerde surfer eerder zal waarderen dan klassieke of meer power surfers die vaak meer "hold" willen voelen in een bocht.
Sweep / Rake
Elke vin buigt vanaf de base gezien naar achteren toe. Deze mate van buiging wordt sweep of rake genoemd en wordt gemeten als de hoek tussen een rechte lijn vanaf het midden van de base verticaal naar beneden en een rechte lijn vanaf het midden van de base naar het diepste punt van de vin in het water. Hoe groter de sweep is, des te verder de punt van de vin naar achteren zit waardoor de draaicirkel groter wordt gemaakt (zie het als een bredere wielbasis bij een auto) en er meer grip in het water kan worden gecreëerd. Andersom, je raad het al, een kleinere sweep zorgt voor een korte draaicirkel maar ook iets mindere stabiliteit.
Foil
Elke vin heeft als dwarsdoorsnede een vleugelprofiel, de precieze shape en het verloop van de dikte hiervan wordt de foil genoemd. De foil heeft invloed op de manier waarop het water langs de vin stroomt en heeft dus veel invloed op de weerstand. Net als bij de vleugels van een vliegtuig zorgt het verloop van het profiel in surfvinnen voor het ontstaan van een onderdruk aan de bollere zijde waardoor er door de stroming van het water meer drive en lift wordt gecreëerd. De ultieme shape is natuurlijk een foil die genoeg lift geeft aan het board terwijl de turbulentie achter de vinnen tot een minimum wordt gebracht. Vaak heeft een middenvin aan beide zijden een bolle kant en hebben zijvinnen alleen een bolle buitenzijde, maar hierin wordt door fabrikanten veel mee gevariereerd en geexperimenteerd.
Flex
De mate waarin de vin zijwaarts gebogen kan worden wordt de flex genoemd. Vinnen die vrij stijf zijn en dus weinig flex hebben reageren directer op de input van de surfer en zorgen voor meer stabiliteit en drive. Flexibele vinnen reageren ietwat trager op de input van de surfer en zijn doorgaans wat nerveuzer in het stuurgedrag maar een ervaren surfer kan hiermee in bochten door gecontroleerde druk uit te oefenen vaak juist vloeiende lijnen maken. Net als met de foil geldt dat het verloop van de flex in een vin (vaak stijver bij de base en flexy in de tips) een factor is die bij elk model en merk vin weer anders is.
Toe-in
Zijvinnen worden vrijwel altijd in een bepaalde hoek ten opzichte van de stringer van je board geplaatst. Ze staan dus een beetje gekanteld in de vaarrichting waardoor het water met name tegen de buitenzijde van de vin wordt gedrukt. Dit zogenaamde toe-in effect maakt de vinnen extra gevoelig voor de input van de surfer in bochten. De mate van toe-in ligt dus aan de shape van je board en niet aan de vinnen zelf.
Cant
Als laatste nog één eigenschap die ook aan de shape van je board te wijten is: de zogenaamde cant. Een middenvin staat altijd loodrecht op de onderkant van je board maar de zijvinnen hebben naast de toe-in ook een mate van zijwaartse buiging, ze staan iets scheef ten opzichte van de onderkant. De mate van cant (meestal tussen de 6 en 10 graden) heeft effect in het maken van bochten, hoe schuiner de zijvinnen staan hoe meer response er is in de bocht en hoe korter de draaicirkel wordt. Dit gaat iets ten koste van de snelheid in een rechte lijn omdat de schuine vinnen iets meer weerstand veroorzaken.



